CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, maart 2006

CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, maart 2006
De CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, in maart 2006 voor overleg met de CDA-fractie bijeen in het gebouw van de Tweede Kamer, met CDA-bestuursleden Frank KERCKHAERT en Ronald MIGO en enkele andere gasten; als u op deze foto klikt gaat u (terug) naar onze web-site "http://www.BSZ.CDA.NL/"

zaterdag 27 oktober 2007

Basisgroepvoorzitter Arend Jansen: toespraak op jubileumbijeenkomst CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid op zaterdag 27 oktober 2007

Sociaal…wanneer?

So­ciaal wan­neer luidt de ti­tel van dit ju­bi­le­um­con­gres.
Dat zijn gedachten die maar al te vaak door de hoof­den gaan van men­sen die om wat voor re­den dan ook van een mi­ni­mum­uit­ke­ring moe­ten leven. Niet voor niets speelt deze ge­dach­te ook vaak een rol in de dis­cus­sies die ba­sis­groep in­tern heeft of met on­ze gasten. Het zij Twee­de Ka­mer­le­den, of men­sen die wij uit­no­di­gen.

Twin­tig jaar ba­sis­groep en twin­tig jaar er­va­rin­gen uit de prak­tijk ver­woor­den en voor het voet­licht bren­gen. Moet je dan als voor­zit­ter terug­blik­ken of voor­uit­kij­ken?

Moet ik het over de par­tij hebben, ons CDA, die het als eni­ge par­tij in Ne­der­land heeft ge­pres­teerd om een werk­groep van, voor en door uit­ke­rings­ge­rech­tig­den in hun mid­den te heb­ben. Als ik par­tij zeg, be­doel ik daar uiter­aard ook de Twee­de Ka­mer­frac­tie mee.

Moet ik het hebben over de pio­niers Louis Flap­per en Frans Wol­ters? Die met hun idee nou niet be­paald een warm ont­haal had­den.

Moet ik heb­ben over de evan­ge­li­sche bood­schap en de wor­ste­ling van CDA-po­li­ti­ci hier­mee in de prak­ti­sche po­li­tiek van al­le­dag. Voor­al wat de po­si­tie van de mi­ni­ma en uit­ke­rings­ge­rech­tig­den be­treft.

Ik zal het al­le­maal aan­stip­pen, maar ik be­gin met de men­sen van de ba­sis­groep en met de­ge­nen voor wie wij een stem pro­be­ren te zijn.

Zo­als u mis­schien wel weet, moet je als je lid wil wor­den van de ba­sis­groep een uit­ke­ring heb­ben of ge­had heb­ben. Wat voor uit­ke­ring dan ook. Er­va­rings­des­kun­di­ge zijn op dat ge­bied. Dat had­den de men­sen van het eer­ste uur goed ge­zien.
Niet over hen, maar met hen. Zelf vind ik het woord er­va­rings­des­kun­di­ge niet zo pret­tig om te ge­brui­ken en in ver­band te bren­gen met de mar­ge van het be­staan. Want dat is wel de wer­ke­lijk­heid voor tach­tig pro­cent van de uit­ke­rings­ge­rech­tig­den. Ge­bruik als­tu­blieft niet het woord uit­ke­rings­trek­kers. In de pers duikt dat woord weer steeds vaker op. Het woord uit­ke­rings­ge­rech­tig­de komt trou­wens uit de ba­sis­groep. Dat heeft de toen­ma­li­ge Twee­de Ka­mer­frac­tie van het CDA over­ge­no­men. Zo zie je maar.

Als je in een uit­ke­rings­si­tu­a­tie zit of hebt ge­ze­ten, is er meest­al iets ge­beurd met je leven. Je komt niet zo­maar in zo’n si­tu­a­tie. En al he­le­maal niet vrij­willig. Het over­komt je vaak on­ge­vraagd. Je li­chaam of geest func­tio­neert niet zo­als het zou moe­ten. Of je komt al­leen te staan met je kin­de­ren. Waar­door? Ik vind dat niet zo be­lang­rijk.

Ve­len voe­len zich in die si­tu­a­tie vaak mach­te­loos. Zijn vaak ook woor­de­loos, voor­al ook in het be­gin van een on­ver­wach­te uit­ke­rings­si­tu­a­tie. De één komt in ver­zet, de an­der blijft apa­thisch. Maar al­le­maal, uit­zon­de­rin­gen daar­ge­la­ten, wil­len er weer uit. Weg van die we­reld van ein­de­lo­ze ge­sprek­ken, met wel­ke in­stan­tie dan ook. De we­reld van een niet op­hou­den­de stroom van for­mu­lie­ren die in­ge­vuld moe­ten wor­den. Trans­pa­rant wor­den. Wie je bent. Hoe je leeft. Hoe komt het zo? Waar kom je van­daan? Het voelt of je naakt voor de spie­gel staat, in een druk­ke win­kel­straat.

Je wordt vaak zo moe­de­loos van al dat ge­doe. De­ge­nen die dit le­ven niet ken­nen, snap­pen er soms niets van. Daar­om voe­len we ons vaak in de steek ge­la­ten. En als het dan slecht gaat met het land, vol­gens de wij­ze he­ren en da­mes, dan den­ken we vaak dat het on­ze schuld is. De eer­ste maat­re­ge­len die meest­al wor­den ge­trof­fen, tref­fen ons vaak als eer­ste.

Dan wor­den er maat­re­ge­len uit de kast ge­haald die we maar al te goed her­ken­nen.
Kor­ten op de uit­ke­rin­gen.
Nog scher­pe­re re­gels voor keu­rin­gen en her­keu­rin­gen en ver­vol­gens een la­ge­re uit­ke­ring.
Ver­scherp­te toe­tre­dings­voor­waar­den.

En wat ons het hard­ste treft: de nul­lijn. Of­fi­cieel aan­ge­kon­digd of ver­bor­gen in het be­leid. Ook wij moe­ten dan of­fers bren­gen. Bij ons is het dan ook echt een of­fer. Een rib uit ons lijf. An­ders is het geen of­fer. Maar als we dan om ons heen kij­ken en zien dat de boel ge­woon door­den­dert, dan wor­den we wel eens op­stan­dig en cy­nisch. Al­les gro­ter en duur­der. Steeds va­ker en ver­der weg met trip­jes en va­kan­ties.

Dan geloven we niet meer in een over­heid die vol­gens CDA-be­grip­pen als een schild moet zijn voor de zwak­ke en moet op­ko­men voor de rech­ten van de ar­me.

Dan is het zo dat wij an­ders voe­len. An­ders ana­ly­se­ren. An­ders re­ke­nen dan de mees­te in­sti­tu­ten met hun koop­kracht­plaat­jes. Dat on­ze emo­ties eer­der op­spe­len. Dat wij vaak an­de­re con­clu­sies trek­ken die de­ge­nen die het zeer goed gaat. Dat wij iets an­ders van de C en het Appèl ver­wach­ten dan de prak­ti­sche po­li­tiek ons meest­al brengt. Dat wij daar­om dan ook an­ders in die par­tij van ons zit­ten.

Mo­gen wij een an­de­re be­na­de­ring ver­wach­ten van een par­tij zo­als de onze, wat be­treft uit­ke­rin­gen en ar­moe­de? Wat on­der­scheidt een par­tij die uit­da­ging aan wil gaan door een C voor de naam te zet­ten en van­uit die C een ap­pel doet, van andere par­tij­en? Mo­gen wij van onze par­tij meer ver­wach­ten dan al­leen een kil­le, fi­nan­cië­le, eco­no­mi­sche be­na­de­ring? Mo­gen we van zo’n par­tij meer ver­wach­ten dan het tot dog­ma ver­kla­ren van Euro­pe­se re­gel­ge­ving op fi­nan­cieel ge­bied?
Moet zo’n par­tij zich voor­al la­ten lei­den door frau­de in de uit­ke­rings­we­reld? Moet zo’n par­tij bang zijn dat on­ze con­cur­ren­tie­po­si­tie met het bui­ten­land ver­slech­terd, als we de uit­ke­rin­gen struc­tu­reel ver­ho­gen? En wordt ons mi­ni­mum­loon dan echt te hoog?

Kort­om, wat zie je als par­tij als doel en wat slechts als mid­del.
Ik ben van me­ning dat een par­tij die de Bij­bel als richt­snoer neemt bij haar po­li­tiek den­ken en han­de­len, zich moet on­der­schei­den van par­tij­en die dat niet doen.

In de Bij­bel staan ve­le ver­ha­len over ge­rech­tig­heid, recht­vaar­dig­heid en barm­har­tig­heid. En voor­al op­roe­pen daar­toe in het oude tes­ta­ment. In het nieu­we tes­ta­ment ver­telt Je­zus vaak ge­lij­ke­nis­sen om ons een spie­gel voor te hou­den. Vaak zet hij zich recht­vaar­dig en ge­lo­vig noe­men­de men­sen voor het blok en te kijk.

In het ver­haal van de ‘Barm­har­ti­ge Sa­ma­ri­taan’ ligt er iemand langs de weg. Mis­schien wel langs de weg van het le­ven. Vol but­sen en bla­ren. Ge­wond. Niet meer in staat zich­zelf te hel­pen. Zich­zelf te red­den. Er lo­pen men­sen langs hem heen van wie je mag ver­wach­ten dat zij, ge­zien hun po­si­tie en be­roep, hem zou­den hel­pen. Dat ze me­de­do­gen en barm­har­tig­heid zou­den to­nen. Dus niet. Doof en blind zijn ze voor men­sen die langs de gang­ba­re pa­den van het le­ven zijn te­recht ge­ko­men.

In Mat­teus 25 houdt Je­zus ons de vraag voor of we echt wel zien wie on­ze hulp no­dig heeft. Voe­den we de hon­ge­ri­ge. Ge­ven we de dor­sti­ge wa­ter. Ge­ven we de vreem­de­ling on­der­dak. Ge­ven de scha­mel ge­kle­de kle­ren. Zoe­ken we de­ge­nen op die ge­van­gen zit­ten. Mis­schien wel in het le­ven.

De Bij­bel wijst ner­gens rijk­dom en wel­vaart af. Ster­ker nog, er ko­men nog­al wat mil­jo­nairs in voor. Abra­ham, Ja­cob, na­tuur­lijk Sa­lo­mo, de rij­ke jon­ge­ling en de rij­ke man die La­za­rus aan de poort liet zit­ten. Het roept op ge­bruik te ma­ken van je ta­len­ten. Je ta­len­ten be­gra­ven en er­op gaan zit­ten, wordt ver­oor­deeld. Je blijft zit­ten waar je zit en komt geen stap ver­der. Maar er staat ook, dat je het niet al­leen aan je­zelf te dan­ken hebt als je rijk­dom ver­werft. Dat rijk­dom niet al­leen toe­be­hoort aan wie het ver­krij­gen. Je moet er af­stand van kun­nen doen. Je moet kun­nen de­len.

Ver­taald naar de­ze tijd zou je kun­nen zeg­gen dat de sterk­ste schou­ders de zwaar­ste las­ten moe­ten dra­gen. Waar­om moe­ten we dan, als het gaat om de nul­lijn, van het wei­ni­ge dat we heb­ben nog in­le­ve­ren. Waar­om is de mi­ni­mum­uit­ke­ring niet zo hoog dat we al­leen in het uiter­ste ge­val de bij­zon­de­re bij­stand no­dig heb­ben? Waar­om moet ook iemand op het mi­ni­mum een eigen bij­dra­ge voor de zorg be­ta­len? Waar­om een her­keu­ring? Waar­om kom je in de bij­stand te­recht, na­dat je plot­se­ling ar­beids­ge­schikt wordt ver­klaard, maar geen werk­ge­ver je wil heb­ben? Waar­om is men toch zo bang om de uit­ke­rin­gen, zo­als in ons oude pro­gram­ma van uit­gangs­pun­ten staat, de loon­ont­wik­ke­ling te la­ten vol­gen?

Ik kan u ver­ze­ke­ren dat ieder mens die ge­zond van lijf en le­den is, mis­schien ge­hol­pen door me­di­ca­tie, wil wer­ken. Be­zig wil zijn. Vol­doe­ning van het le­ven wil heb­ben. Trots op zich­zelf wil zijn. Dan heb ik het over be­taald werk, want dat geeft wel de mees­te vol­doe­ning. Na­tuur­lijk is dat er ook wel in het vrij­wil­li­gers­werk, maar dan gaat er eerst een strijd met je­zelf en je om­ge­ving aan voor­af. Dan heb ik het over het nood­ge­dwon­gen ver­rich­ten van vrij­wil­li­gers­werk, om­dat je geen be­taald werk kunt krij­gen. Blijf je in dat vrij­wil­li­gers­werk ste­ken, dan wordt het ge­woon werk. Soms wordt het zo ge­woon, dat an­de­re men­sen voor het­zelf­de werk be­taald wor­den.

Par­ti­ci­pa­tie is maar een deel van ons ver­haal. Het an­de­re deel is, dat als je bent aan­ge­we­zen op een uit­ke­ring, je geen zor­gen hoeft te ma­ken over het be­ta­len van pri­mai­re le­vens­be­hoef­ten. Daar­toe moet je in staat wor­den ge­steld door de re­ge­ring. Een re­ge­ring waar­in ons CDA slechts zel­den niet par­ti­ci­peert.

Dan ben ik weer terug bij ons CDA. En ik zeg het klip en klaar. Die par­tij is ook van ons. Van de mi­ni­ma. De men­sen die langs de weg staan van be­taal­de ar­beid en wel­vaarts­groei. Dat wij dan op­stan­dig re­a­ge­ren en on­ze stem ver­hef­fen, komt door de angst dat men ons niet be­grijpt. Dat po­li­ti­ci hun eigen beeld heb­ben van wat het is om aan de fi­nan­cië­le on­der­kant te le­ven. We spre­ken de­zelf­de taal en toch ver­staan we el­kaar soms niet. De angst dat po­li­ti­ci die geen bood­schap heb­ben aan de C en het ap­pel daar­op er met de par­tij van­door gaan. Let wel, ik heb het hier over angst. Of die angst de wer­ke­lijk­heid is, of soms be­waar­heid wordt, moet ieder maar voor zich­zelf uit­ma­ken.

Met die op­stan­di­ge hou­ding be­vin­den wij ons in goed ge­zel­schap. In de Bij­bel staan ge­noeg ver­ha­len over men­sen die op­staan en de over­heid ter ver­ant­woor­ding roe­pen. Toen ook al werd er door de heer­sers geïr­ri­teerd ge­re­a­geerd. Dan druk ik het nog zwak­jes uit. Ik denk niet dat er toen al spin­doc­tors wa­ren die een pers­be­richt on­scha­de­lijk ma­ken, of de in­for­me­ren­de jour­na­list op het ver­keer­de been zet. Wat wij als ba­sis­groep soms doen, is dus van al­le tij­den.

Ik sluit af met de par­tij en frac­tie. Het ge­tuigt van lef en je kwets­baar dur­ven op­stel­len, als je als par­tij en frac­tie het mo­ge­lijk maakt een werk­groep als de ba­sis­groep te la­ten func­tio­ne­ren. Daar kun­nen an­de­re par­tij­en een voor­beeld aan ne­men.

Voor het ont­staan en het aar­den van de ba­sis­groep is één po­li­ti­cus van on­schat­ba­re waar­de ge­weest, na­me­lijk Frans Wol­ters. Dwars door alles heen bleef hij ons in­spi­re­ren en maakte hij het mo­ge­lijk dat we door gin­gen. Om hem daar­mee te eren heb­ben we als ba­sis­groep de Frans Wol­ters-prijs in­ge­voerd. Één­maal in de twee jaar wordt die uit­ge­reikt. Aan men­sen, or­ga­ni­sa­ties, ge­meen­ten die zich ver­dien­ste­lijk heb­ben ge­maakt, of iets op­mer­ke­lijks ge­daan en be­dacht heb­ben, op het ge­bied van so­cia­le ze­ker­heid. Het gaat dan niet met­een om iets groots. Het kan ook iets in het klein zijn. Iets in het ver­bor­ge­ne. Zoals mijn moe­der mij dat vroe­ger leer­de.
Met dit al­les wil ik zeg­gen, dat het CDA een op­mer­ke­lijk par­tij is. An­de­re par­tij­en is het niet ge­lukt om zo’n werk­groep in hun mid­den te heb­ben, of te dul­den. Ook al noe­men ze zich­zelf so­ciaal of pro­gres­sief. En denk nu niet dat die par­tij­en zo’n werk­groep niet no­dig heb­ben. Meer dan dat zelfs. Al was het maar om te be­gin­nen met so­ciaal op te tre­den bin­nen hun eigen par­tij.

Ter af­slui­ting, voor­zit­ter, hoop ik dat on­ze par­tij zich niet te veel laat af­lei­den, door rijk­dom en wel­vaart. Maar dicht bij de bron blijft die richt­snoer is in haar po­li­tiek den­ken en han­de­len. Ik spreek de wens uit dat de ba­sis­groep ook in de toe­komst zijn plaats blijft be­hou­den in de par­tij. Dat we sa­men op­trek­ken met par­tij en fractie. We zul­len heus nog wel een keer uit de pas lo­pen. Maar ik ben er diep van over­tuigd, dat we sa­men een sa­men­le­ving voor ogen heb­ben, waar een ieder tot zijn recht komt en dat­ge­ne krijgt waar hij recht op heeft. Dat we sa­men de­zelf­de sa­men­le­ving voor ogen heb­ben en daar­aan blij­ven wer­ken.

Ik hoop dat wij hier van­daag een ge­noeg­lij­ke dag heb­ben.

1 opmerking:

Albert van der Meer zei

Hallo Arend,
Nu ik het weblog ontdekt heb kwam ik ook jouw 'tijdrede' tegen.
Zelf ben ik van mening dat losse citaten uit de bijbel ook oneigenlijk gebruikt kunnen worden.
Recht overeind blijft dat je als ebrchristen o.a. te maken hebt met praktische toepassing van naastenliefde maar tegelijk ook met optimaal je talenten gebruiken om, bijvoorbeeld, in het arbeidsproces aan de slag te gaan.
Tenslotte: beste wensen voor 2009!