BASISGROEP SOCIALE ZEKERHEID van het Christen Democratisch Appél:
laat Nederland niet verder verrommelen.
De economische crisis mag geen aanleiding zijn om ons landje verder te laten verrommelen.
Een uitdrukking en waarschuwing uit de architectenwereld om de open ruimte rond de steden nu juist niet in deze crisistijd vol te bouwen met woningen om de bouwsector aan de gang te houden.
En zeker onze leiders moeten nu daadkrachtig hun leiderschap tonen met misschien harde, maar eerlijke en crisisaanpakkende maatregelen voor nu en naar de toekomst en niet rommelen in de marge en van alles hapsnap.
“Leiders moeten gezag uitstralen en hun campagnes moeten klip en klaar zijn, maar vertoonden onlangs nog alle kenmerken van nietszeggendheid”, aldus politicoloog Hans Blokland in: “Een lange leegte. Over maatschappelijk onbehagen, politieke competentie en het plannen van een toekomst.”
Hij spreekt de politieke klasse stevig aan op het laten ontstaan van het onbehagen bij de kiezer. “Ze lopen achter de oppervlakkige voorkeuren aan van de kiezer in plaats van zich te richten op hun werkelijke behoeften.
Cultuurpolitieke idealen koesteren en uitdragen en het formuleren van een aansprekend toekomstbeeld zijn nodig om deze patstelling te doorbreken.”
Ook historicus Remieg Aerts maakt zich in zijn boek “Het aanzien van de politiek” ernstig zorgen over het aanzien en vertrouwen in de politiek:
“Politici zijn aangewezen op gezag en aanzien van de politiek als zodanig. Balkenende heeft als onervaren carrièrepoliticus zijn positie veel te gemakkelijk verkregen. Het wordt tijd voor nieuwe, intelligente politici, die een degelijke, fatsoenlijke en sociaaleconomisch verantwoorde visie op tafel weten te leggen.”
Woensdag 15 juli lazen we de “slimme slijmerige” woorden van Obama in de krant: “Balkenende heeft bijzondere expertise als het gaat om het samenwerken met internationale leiders. Hij mag aanschuiven bij de komende G-20-top in Pittsburgh.”
Wat Obama bedoelde laat zich raden, maar dat JP als “meelopertje” achter internationale leiders (o.a. Amerika) weer was misleid en gepaaid en zich weer had laten verleiden tot toezeggingen (terreurverdachten en andere gevangenen uit Guántanamo Bay in Nederland opnemen, verlenging van onze inzet in Afghanistan, e.a.) werd wel duidelijk.
Maarten Haverkamp en de hoogleraar Internationaal Strafrecht, Geert-Jan Knoops –“het kan juridisch gewoon niet” – lazen hem gelukkig al vóór hij terug kwam uit de Verenigde Staten de les.
Een paar weken daarvoor sloot Maxime Verhagen dit in overleg met Hillary Clinton al uit. Maar Verhagen blijkt een CDA-er die nu ineens aan geheugenverlies lijdt.
CDA, je gebrek aan leiderschap, dementie en financiële tekorten en schulden gaan je opbreken. Nederlanders pikken veel, maar niet alles.
We moeten juist nu orde op zaken stellen en alle “rommel” letterlijk en figuurlijk opruimen en aanpakken en geen nieuwe rommel veroorzaken.
Intenties zijn goed en nodig, maar de mens ...
Neem nu de codes die er eindelijk, maar weinig doortastend, voor managers uitrollen.
Het wemelt van de gedragcodes, van Tabaksblat, weer naar Frijns en van Iseboud naar Dijkstal, van Aedes-code naar de Balkenende-norm, van de code voor de Publieke Omroep tot de code voor universiteiten en naar culturele instellingen en vandaar naar de code voor de zorg, enz. enz.
Aan nobele intenties en motieven ontbreekt het ons niet.
Richtlijnen voor integer bestuur blijken nodig.
Maar deze richtlijnen zijn wel vrijwillig en kunnen niet worden afgedwongen.
En heel slim is het “ pas toe of leg uit”-beginsel er nu ingerommeld. Als de normen van de code niet worden toegepast mogen of moeten de bestuurders motiveren waarom niet.
Eigenlijk dachten en begrepen we, als kritische Nederlanders die genoeg hadden van de graai- en bonuscultuur, het benoemingsbeleid en de belangenverstrengeling in het bobo-circuit enz., dat we met de codes eindelijk wisten waar iedereen aan toe was.
Eerlijke verdeling van inkomen en beloning.
De maatschappelijke onrust, waarbij brede lagen van de bevolking het gedrag bij vele organisaties afkeurden, zou daarmee worden gesust.
Zelfs met het declaratiegedrag van politiek leiders en bestuurders wordt aangegeven hoe die “ik”-mentaliteit en cultuur ook de politiek is binnen geslopen.
Helaas blijken nu de codes juist een averechtse werking te hebben. Bestuurders vinden, met de code achter zich, dat ze niet meer over de bedoelde integriteit, die er achter zat en die er mee beoogd werd, hoeven na te denken.
Het bedrag en gedrag in de code zien ze niet als grens, maar als nu geaccepteerd gedrag en bedrag.
En de nieuwe spanning zit er nu in, om als bestuurder het “pas toe of leg uit”-beginsel creatief en fantasierijk te gebruiken in hun uitleg.
En lukt dat niet, dan kunnen simpel wat extra onkosten opgevoerd worden of declaraties opgeschroefd, zoals we zagen bij de honderden miljoenen die medisch specialisten in rekening brachten. De verzekering- en zorgpremies zullen wel weer navenant aangepast gaan worden.
Hogere uitgaven, hogere premies een simpele conclusie.
Dus niet het bedrag of gedrag wordt nageleefd, maar de sport om het “GEEN COMMENTAAR“ van vroeger nu heerlijk te gaan omschrijven met heel fraaie en – het moet gezegd – fantasievolle teksten over belangrijkheid, kunde, verantwoordelijkheden, onmisbaarheid en ga zo maar door.
De Nederlandse literatuur is er in dit opzicht mee verrijkt of ... wordt schandelijk verrommeld met quasi-motieven.
En als het te moeilijk wordt om de motieven voor méér te vinden, dan gaan de bestuurders van piepkleine organisaties lekker iets onder de Balkenende-norm zitten en hebben dan met minimale motieven het maximale bereikt.
En met wat opgehoogde declaraties van onkosten en zo kom je ook een heel eind verder en hoger uit.
Sommige codes zouden lachwekkend zijn, als ze niet zo – nóg – droeviger uitpakken.
Neem nu de code-inhoud dat bankbestuurders, zorginstellingbestuurders en directies van woningcorporaties en ziekenhuizen: “de klant centraal moeten stellen”.
Maar is en was dat eigenlijk al niet normaal??
Klantvriendelijkheid is toch de basis voor elke onderneming. Maar dat wordt nu opgeschreven, omdat ze eerst aan zichzelf dachten en hun inkomen.
Maar, zoals gezegd, constateren we deze mentaliteit nu zelfs bij onze politici, die zo prat gaan en zouden moeten gaan op hun voorbeeldfunctie.
Maar verandert er nu wat?
De gedragscode bij de omroepen bijv. wordt met grote voeten getreden, omdat bepaalde coryfeeën er toch, gezien de kijkcijfers, volgens het “leg-uit”-gedeelte van de code uitspringen en dus……
En juist en o.a. door de codes is het in Nederland m.i. alleen maar verder verrommeld.
Gezag van de politiek is ver te zoeken, zeker nu je die declaratie- en beloningscultuur ook bij sommige politici blijkt aan te treffen.
Waar fatsoen, begrip, integriteit, enz. afwezig is helpt een code niet en maakt de manager het met “fantasievolle” omschrijvingen alleen nog maar erger.
Integriteit, en begrijpen wat een code en afspraak bedoelen te zeggen, moeten in de mensen zitten waarvoor ze zouden moeten gelden en bedoeld zijn.
Maar als dat niet in die mensen zit, dan werken codes niet en gezien de praktijk nog eens averechts ook. Naar Amerikaans voorbeeld zou 150 jaar celstraf misschien beter helpen.
Of: “dient de politiek haar gezag te laten gelden en de politiek als een A-merk in de markt te zetten”, volgens Aerts
en
L.W.C. Boeters,
bestuurslid van de CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid
P.S. En denk nu ook weer niet dat alles nieuw is.
Sören Kierkegaard (1813-1855) schreef er al over na de heftige turbulentie van de Franse revolutie. In “Een passieloze tijd” beschrijft Frits Florin, “de actualiteit van Kierkegaards maatschappijkritiek” en de parallellen naar nu.
Égalité en Liberté zijn inhoudelijk duidelijk.
Aan de Gelijkheid van iedereen schort nog het nodige.
Onze Vrijheid gaat steeds meer aangepakt en ingepakt worden.
De term en inhoud van Fraternité, Broederschap, is altijd een probleem gebleven.
Elkaar in de samenleving als broeders en zusters waarderen en zien is voor velen een hele opgave en lukt velen maar weinig.
Idealen van de “VERLICHTING” die, 220 jaar na de Franse Revolutie, nog steeds niet alle drie helemaal bereikt zijn.
Tot zo ver: “De verrommeling in Nederland”