Column ‘De onderkant’
JUBILEUM
Da’s ook toevallig. Jullie bestaan 20 jaar? Ik zit nu twintig jaar in de bijstand. Die basisgroep heeft zich dus al die tijd ingezet voor mij, begrijp ik. Laat ik je zeggen dat ik daar nooit iets van gemerkt heb. Ik ben er alleen maar op achteruit gegaan. Nou ja, die uitkering ging wel omhoog, maar de prijzen, de huur en alles werd ook duurder. Ik heb het gevoel dat ik steeds verder ben gaan achterlopen bij de werkende mensen. Kijk, er komen steeds meer nieuwe dingen bij, die ik niet kan kopen. Mobieltjes, iPods, flatscreens, weet ik veel. Niet dat ik dat erg mis. Ik had een ouwe tv, die kapot ging. Bij de milieustraat mocht ik van die lui daar wel kijken of er een stond die het nog deed. Voor niks. Hij doet het nog. Kleren haal ik altijd bij het Leger der Heils. Bij de Voedselbank werd ik niet toegelaten, want ik had geen schulden en moest van mijn bijstand kunnen rondkomen. Moet je nagaan. Ik word gestraft omdat ik oppassend ben en geen schulden heb. Ik ga elke dag op mijn oude fiets de wijken langs waar huisvuil wordt opgehaald. Daar vind ik nog vaak iets bruikbaars. Kom maar bij mij kijken. Ziet er best netjes uit.
Waarom ik niet werk ? Ik loop slecht, kan niet lezen of schrijven. Mijn ouders en grootouders, hadden ook nooit werk. Alleen af en toe wat los werk, in het seizoen. Ik doe dat nu ook nog in de oogst. Ja zwart natuurlijk. Anders krijg je weer gedonder met die Rofjes. Nu weet ik dat ik alleen overal ‘nee’ op moet antwoorden. Dat kan ik nog net. Nee, dat vind ik geen fraude. Ik vraag ook nooit bijzondere bijstand, en daar zou ik best voor in aanmerking komen. Dat gat vul ik met wat zwart werk. Daar zit ik echt niet mee. Als ik maar geen papiertjes moet invullen. Maar nu wil de dienst mij aan het werk hebben. Een re-integratiebedrijf is bezig. Maar ik moet van hullie eerst maar vrijwilligerswerk gaan doen. Om wat arbeidsritme op te doen, zei die vent. Maar ik zie mijzelf geen vast werk krijgen. Wat moeten ze nou met een gammele ouwe kerel van bijna veertig. Nee, ik heb geen gezin en dat is maar goed ook. Nou succes met jullie jubileum. Ik zie niet in waarom ik dat van mijzelf zou moeten vieren. Klaas Minimo
CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, maart 2006
woensdag 25 juli 2007
juli 2007: column PRIKKELDRAAD
· Soms schaam je je zo voor die idiote maatschappij waarin we leven, dat je je wel zou willen terugtrekken op een onbewoond eiland. Neem nou die Peter Paul de Vries van die aandeelhoudersclub. Zo zielig, die arme aandeelhouders, die van de Hoge Raad niet mochten beslissen over de verkoop van La Salle door Rijkman Groenink van ABN-Amro. Erg toch, hè. Je zou maar aandeelhouder zijn en zo te pas komen!
· Waar maken aandeelhouders zich druk om? Louter en alleen welke winst er snel valt te pakken. En als het niet snel genoeg gaat, dealen en wheelen ze met wat hedge funds of zo, splitsen ze een bedrijf op of verkopen het uit. Waar je aandeelhouders nooit over hoort is over het belang van de onderneming voor ons land, het wegvloeien van arbeidsplaatsen naar verre landen, over de standpunten van de ondernemingsraden. Allemaal oninteressant.
· En waar ze zich al helemaal niet druk over maken, dat is de beloning van de bedrijfstop. Zo’n Bennink van Numico die vorig jaar € 11.600.000 opstreek en nu met de uitverkoop aan Danone nog eens een premie van dik €86 miljoen meekrijgt. Bestuurders die zichzelf vorig jaar bijna 15% meer beloning gaven, terwijl de bonden moeten knokken voor 2% meer voor de werknemers. Hoe kun je met enig fatsoen zo met de bonden onderhandelen? Is er dan geen beschaving meer? Geen fatsoen? Nee, in die kringen van zelf-verrijkers bestaan die niet meer. En de aandeelhouders vinden het allemaal prachtig, want een dief aan het hoofd zal zeker wel weten hoe hij zijn financiers te vriend moet houden.
· Wat betekent dat nou feitelijk voor de ontwikkelingen in de macht? Dat de bonden veel aan kracht verloren hebben. Dat de consumenten al helemaal niks meer in de melk te brokkelen hebben. Dat de politieke partijen ook met lege handen staan. Wel af en toe iets roepen over kleptocraten, zelf-verrijkers, maar maatregelen die de machtsverhoudingen rechttrekken? Niks hoor. Vrije markt is troef. Die heeft nu eenmaal ook wat vervelende bijeffecten, maar dat moet dan maar. Zie Wim Kok.
· Met een slecht geweten valt het licht voorbeelden te vinden ter rechtvaardiging. Hoor die profiteurs van het old boys-network: ‘Die topsporters en artiesten verdienen toch ook enorme vermogens ! En daar hoor je niemand over. Dus gewoon jaloezie!!! We kunnen toch niet achterblijven bij de rest van de wereld? We moeten wel meegaan.’ Ik heb met ze te doen. De stakkers.
· Wat mij ook opvalt: al die fusies. In alle sectoren gaan die maar door. En niet alleen in het bedrijfsleven. Ook de woningcorporaties, onderwijs, zorgsector. De motieven daarvoor gaan meestal over efficiency, synergie, concurrentiepositie, etc. In de praktijk heb ik die voordelen nooit zo bemerkt. Wel dat de top meteen drastisch meer salaris vangt en een grotere leasebak. En dat de bureaucratie groeit als kool, zodat de efficiencyvoordelen onzichtbaar blijven. Schumpeter zei het ooit: ‘Small is beautiful’, maar dat past niet meer in een tijd dat alles moet gaan om mega, om super, om giga.
· Die kringetjes beschermen zichzelf. Besturen worden raden van toezicht of raden van commissarissen. Met al die fusies wordt dat kringetje steeds kleiner. En ondanks de richtlijnen van Morris Tabaksblatt, zie je dat – wil je meetellen in het old-boys-network – je toch al gauw een paar handen vol moet hebben aan zulke bijbaantjes.
· Nee, ik ben druk bezig uit te zoeken, waar ik al dit soort hoogbeschaafde aberraties ver van mij weet. Of gewoon geen kranten meer lezen, geen radio of tv meer. Werken en boeken lezen. Maar ja, dan krijg je een boek van Macchiavelli onder ogen en ontdek je dat er eigenlijk nooit iets verandert.
· Waar maken aandeelhouders zich druk om? Louter en alleen welke winst er snel valt te pakken. En als het niet snel genoeg gaat, dealen en wheelen ze met wat hedge funds of zo, splitsen ze een bedrijf op of verkopen het uit. Waar je aandeelhouders nooit over hoort is over het belang van de onderneming voor ons land, het wegvloeien van arbeidsplaatsen naar verre landen, over de standpunten van de ondernemingsraden. Allemaal oninteressant.
· En waar ze zich al helemaal niet druk over maken, dat is de beloning van de bedrijfstop. Zo’n Bennink van Numico die vorig jaar € 11.600.000 opstreek en nu met de uitverkoop aan Danone nog eens een premie van dik €86 miljoen meekrijgt. Bestuurders die zichzelf vorig jaar bijna 15% meer beloning gaven, terwijl de bonden moeten knokken voor 2% meer voor de werknemers. Hoe kun je met enig fatsoen zo met de bonden onderhandelen? Is er dan geen beschaving meer? Geen fatsoen? Nee, in die kringen van zelf-verrijkers bestaan die niet meer. En de aandeelhouders vinden het allemaal prachtig, want een dief aan het hoofd zal zeker wel weten hoe hij zijn financiers te vriend moet houden.
· Wat betekent dat nou feitelijk voor de ontwikkelingen in de macht? Dat de bonden veel aan kracht verloren hebben. Dat de consumenten al helemaal niks meer in de melk te brokkelen hebben. Dat de politieke partijen ook met lege handen staan. Wel af en toe iets roepen over kleptocraten, zelf-verrijkers, maar maatregelen die de machtsverhoudingen rechttrekken? Niks hoor. Vrije markt is troef. Die heeft nu eenmaal ook wat vervelende bijeffecten, maar dat moet dan maar. Zie Wim Kok.
· Met een slecht geweten valt het licht voorbeelden te vinden ter rechtvaardiging. Hoor die profiteurs van het old boys-network: ‘Die topsporters en artiesten verdienen toch ook enorme vermogens ! En daar hoor je niemand over. Dus gewoon jaloezie!!! We kunnen toch niet achterblijven bij de rest van de wereld? We moeten wel meegaan.’ Ik heb met ze te doen. De stakkers.
· Wat mij ook opvalt: al die fusies. In alle sectoren gaan die maar door. En niet alleen in het bedrijfsleven. Ook de woningcorporaties, onderwijs, zorgsector. De motieven daarvoor gaan meestal over efficiency, synergie, concurrentiepositie, etc. In de praktijk heb ik die voordelen nooit zo bemerkt. Wel dat de top meteen drastisch meer salaris vangt en een grotere leasebak. En dat de bureaucratie groeit als kool, zodat de efficiencyvoordelen onzichtbaar blijven. Schumpeter zei het ooit: ‘Small is beautiful’, maar dat past niet meer in een tijd dat alles moet gaan om mega, om super, om giga.
· Die kringetjes beschermen zichzelf. Besturen worden raden van toezicht of raden van commissarissen. Met al die fusies wordt dat kringetje steeds kleiner. En ondanks de richtlijnen van Morris Tabaksblatt, zie je dat – wil je meetellen in het old-boys-network – je toch al gauw een paar handen vol moet hebben aan zulke bijbaantjes.
· Nee, ik ben druk bezig uit te zoeken, waar ik al dit soort hoogbeschaafde aberraties ver van mij weet. Of gewoon geen kranten meer lezen, geen radio of tv meer. Werken en boeken lezen. Maar ja, dan krijg je een boek van Macchiavelli onder ogen en ontdek je dat er eigenlijk nooit iets verandert.
zondag 15 juli 2007
CDA-Basisgroep van en voor uitkeringsgerechtigden
CDA-Basisgroep neemt het op voor uitkeringsgerechtigden.
De CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, opgericht in 1986, telt in 2007 ongeveer dertig leden en tien agendaleden en herdenkt haar oprichting met een jubileumbijeenkomst eind oktober 2007 in Utrecht.
De Basisgroep overlegt vier maal per jaar in het gebouw van de Tweede Kamer met leden van de CDA-fractie en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan deze fractie en aan het CDA-partijbestuur over sociale zekerheid, participatie, armoede en i.h.a. over onderwerpen die de positie van mensen met een uitkering betreffen.
Bij de behartiging van belangen van uitkeringsgerechtigden steunt de Basisgroep het partijbeleid van het CDA meestal op hoofdlijnen maar stelt zij zich dikwijls ook kritisch op.
Ervaring als uitkeringsgerechtigde is voorwaarde voor het lidmaatschap van de Basisgroep.
De CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, opgericht in 1986, telt in 2007 ongeveer dertig leden en tien agendaleden en herdenkt haar oprichting met een jubileumbijeenkomst eind oktober 2007 in Utrecht.
De Basisgroep overlegt vier maal per jaar in het gebouw van de Tweede Kamer met leden van de CDA-fractie en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan deze fractie en aan het CDA-partijbestuur over sociale zekerheid, participatie, armoede en i.h.a. over onderwerpen die de positie van mensen met een uitkering betreffen.
Bij de behartiging van belangen van uitkeringsgerechtigden steunt de Basisgroep het partijbeleid van het CDA meestal op hoofdlijnen maar stelt zij zich dikwijls ook kritisch op.
Ervaring als uitkeringsgerechtigde is voorwaarde voor het lidmaatschap van de Basisgroep.