TEGENDRAADS-1
Evenals de Duitsers denken wij gewoonlijk “na” in plaats van “voor” (“nachdenken”, “nadenken”). Daarom wil ik, misschien nog net niet als mosterd na de maaltijd, even uw aandacht vragen voor de ontslagbescherming. Ik heb een goede opleiding, ben 61 jaar oud, ben in het genot van een bijstandsuitkering en heb veel werkervaring met vrijwilligerswerk maar slechts weinig met betaald werk. Op de valreep van mijn leven op werkbare leeftijd wil ik nog even ècht de arbeidsmarkt betreden.
Ik kan mij vergissen, maar ik heb het gevoel dat werkgevers last hebben van koudwatervrees. Zij zijn bang dat ze, als ze mensen in dienst nemen, er indien nodig niet meer vanaf kunnen komen. En zij willen al helemaal geen mensen in dienst nemen met al te veel levenservaring. Daarom ben ik misschien gedoemd om tot ik de pensioengerechtigde leeftijd bereik zonder betaald werk te blijven.
Kan er dan aan geen van de genoemde blokkades iets gedaan worden? Mijn leeftijd kan niemand veranderen. Nu weet ik dat werkgevers als de nood aan de man komt best van hun werknemers af kunnen komen, maar de regeling van de ontslagbescherming kan nog even gauw worden gewijzigd. Dat dit strikt gesproken helemaal niet nodig is blijkt uit de volgende anekdote.
In één van mijn weinige betaalde werkkringen had mijn werkgever mij opgedragen te laten zien hoe hij van ons af kon komen. De werkgever, een genootschap op religieuze grondslag, gaf toen voor de boekhouding aan ongeveer tien mensen werk maar wilde van ze af: het genootschap wilde voortaan al het werk door eigen mensen, toegewijde aanhangers, laten doen. Eerst sputterde ik tegen, maar ten slotte deed ik wat mij gevraagd was. Ik vestigde op het arbeidsbureau de aandacht op één collega, schreef dat bij de werkgever de organisatiestructuur veranderd zou worden en vroeg voor de werkgever toestemming om haar te ontslaan. Ik werd er op het werk niet populair van, maar het arbeidsbureau stelde vast dat er bij de werkgever een reorganisatie plaats zou vinden: de toestemming werd zonder problemen verleend en de betrokken collega werd ontslagen. De andere collega’s begonnen toen plannen te maken om voor zichzelf te beginnen, maar ìk werd hierbij natuurlijk niet betrokken. Zij vertrokken, begonnen voor zichzelf en ik bleef alleen achter. Toegewijd was ik genoeg, maar aanhanger wilde ik niet worden....
Het is dus gemakkelijk genoeg als je maar weet hoe het moet. Maar sommige werkgevers zien dit anders. Daarom lijkt het me een goed idee als de ontslagbescherming wordt herzien; niet om het echt gemakkelijker te maken maar om te laten zien hoe gemakkelijk het eigenlijk is. Bij voorbeeld door het een beetje transparanter bij elkaar in één wettelijke regeling te zetten. Er zijn nu immers twee verschillende instanties bij betrokken: de rechterlijke macht en het CWI, de huidige naam van het arbeidsbureau. Misschien kan met één instantie worden volstaan – natuurlijk wel met recht op hoger beroep.
De media zullen het de werkgevers dan nog eens duidelijk uitleggen, het wordt wat transparanter, werkgevers raken de helft van hun koudwatervrees kwijt en: misschien bereik ik dan toch nog in loondienst de pensioengerechtigde leeftijd.
Oegstgeest, maandagochtend twaalf november 2007, Tegen Draads
1 opmerking:
Hallo Lex Willem,
Allereerst de beste wensen voor het jaar 2009.
Van jouw verhaal kan ik geen scherpe mosterd maken maar in grote lijnen is het misschien een teken van 'verkeerde keuzes' bij opleiding,loopbaan en permanente bijscholing. Over dat laatste zou de basisgroep m.i. ook eens een voorzet moeten geven.
Vriendelijke groet,
Albert van der Meer
Een reactie posten