CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, maart 2006

CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, maart 2006
De CDA-Basisgroep Sociale Zekerheid, in maart 2006 voor overleg met de CDA-fractie bijeen in het gebouw van de Tweede Kamer, met CDA-bestuursleden Frank KERCKHAERT en Ronald MIGO en enkele andere gasten; als u op deze foto klikt gaat u (terug) naar onze web-site "http://www.BSZ.CDA.NL/"

maandag 12 november 2007

TEGENDRAADS OVER VAN RIJN’S ECHTE FRANSE MOSTERD

TEGENDRAADS-1



Evenals de Duitsers denken wij gewoonlijk “na” in plaats van “voor” (“nachdenken”, “na­den­ken”). Daarom wil ik, misschien nog net niet als mosterd na de maaltijd, even uw aandacht vra­gen voor de ontslagbescherming. Ik heb een goede opleiding, ben 61 jaar oud, ben in het ge­not van een bijstandsuitkering en heb veel werkervaring met vrijwilligerswerk maar slechts wei­nig met betaald werk. Op de val­reep van mijn leven op werkbare leeftijd wil ik nog even ècht de arbeidsmarkt betreden.
Ik kan mij vergissen, maar ik heb het gevoel dat werkgevers last hebben van koudwatervrees. Zij zijn bang dat ze, als ze mensen in dienst nemen, er indien nodig niet meer vanaf kunnen komen. En zij willen al helemaal geen mensen in dienst nemen met al te veel levenservaring. Daarom ben ik misschien gedoemd om tot ik de pensioengerechtigde leeftijd bereik zonder be­taald werk te blijven.
Kan er dan aan geen van de genoemde blokkades iets gedaan worden? Mijn leeftijd kan nie­mand veranderen. Nu weet ik dat werkgevers als de nood aan de man komt best van hun werk­ne­mers af kunnen komen, maar de regeling van de ontslagbescherming kan nog even gauw wor­den gewijzigd. Dat dit strikt gesproken helemaal niet nodig is blijkt uit de vol­gen­de anekdote.
In één van mijn weinige betaalde werkkringen had mijn werkgever mij op­ge­dra­gen te laten zien hoe hij van ons af kon komen. De werkgever, een genootschap op religieuze grondslag, gaf toen voor de boekhouding aan ongeveer tien mensen werk maar wilde van ze af: het genootschap wilde voort­aan al het werk door eigen mensen, toegewijde aanhangers, laten doen. Eerst sputterde ik te­gen, maar ten slotte deed ik wat mij ge­vraagd was. Ik vestigde op het ar­beids­bu­reau de aan­dacht op één collega, schreef dat bij de werk­ge­ver de or­ga­ni­sa­tie­struc­tuur veranderd zou wor­den en vroeg voor de werk­ge­ver toe­stem­ming om haar te ont­slaan. Ik werd er op het werk niet po­pu­lair van, maar het arbeidsbureau stelde vast dat er bij de werkgever een reorganisatie plaats zou vinden: de toe­stem­ming werd zon­der pro­ble­men ver­leend en de betrokken collega werd ontslagen. De an­de­re collega’s be­gon­nen toen plan­nen te maken om voor zichzelf te be­gin­nen, maar ìk werd hierbij natuurlijk niet betrokken. Zij vertrokken, begonnen voor zichzelf en ik bleef alleen ach­ter. Toegewijd was ik genoeg, maar aanhanger wilde ik niet worden....
Het is dus gemakkelijk genoeg als je maar weet hoe het moet. Maar sommige werkgevers zien dit anders. Daarom lijkt het me een goed idee als de ontslagbescherming wordt herzien; niet om het echt gemakkelijker te maken maar om te laten zien hoe gemakkelijk het eigenlijk is. Bij voorbeeld door het een beetje transparanter bij elkaar in één wettelijke regeling te zetten. Er zijn nu immers twee verschillende instanties bij betrokken: de rechterlijke macht en het CWI, de huidige naam van het arbeidsbureau. Misschien kan met één instantie worden vol­staan – natuurlijk wel met recht op hoger beroep.
De media zullen het de werkgevers dan nog eens duidelijk uitleggen, het wordt wat trans­pa­ran­ter, werkgevers raken de helft van hun koudwatervrees kwijt en: misschien bereik ik dan toch nog in loondienst de pensioengerechtigde leeftijd.

Oegstgeest, maandagochtend twaalf november 2007, Tegen Draads